‘religion is a system of symbols which acts to establish powerful, pervasive, and long-lasting moods and motivations in men by formulating conceptions of a general order of existence and clothing these conceptions with such a aura of factuality that the moods and motivations seems uniquely realistic’ Clifford Geertz
In mijn tentamen van het vak Antropology of religion, kreeg ik de vraag om te reageren op deze definitie. Dat ging ongeveer als volgt:
Clifford Geertz definieert religie als een set symbolen die een beschrijving en verklaring geven voor de wereld om ons heen. En wel zo dat deze concepties zeer feitelijk overkomen waardoor de moods en motivaties die religieuze mensen hebben heel realistisch lijken. Alle mensen gebruiken symbolen om de werkelijkheid te vatten, daarom moet je voordat je tot deze definitie komt, eerst alle culturele symbolen scheiden van de religieuze. Zodat je een schoon systeem van symbolen hebt, puur en alleen met betrekking tot religie.
(…)
Er zitten hele sterke kanten aan de definitie van Geertz. Met name dat het een systeem is, een totaal plaatje dus, wat elkaar versterkt, wat een bepaald vocabulaire heeft, je hoort erbij of je hoort er niet bij. Dit zorgt zeker intern voor geloof in het eigen systeem van symbolen en verklaringen van de werkelijkheid. Hierdoor heeft het een aura over zich van feitelijkheid, het is waar, ‘we zijn niet gek met z?n allen’ en daardoor zijn de moods en motivaties ook echt.
Daar hebben we gelijk een kritiekpunt te pakken, want ik zie niet in waarom we zouden twijfelen aan de moods en motivaties van religieuze mensen. Deze komen namelijk voort uit de beschrijving van de werkelijkheid die een aura van feitelijkheid over zich heeft, waar ze dus echt in geloven. Dus de motivaties lijken niet echt, nee, ze zijn echt. Wel kunnen en moeten we twijfelen aan de waarheid van de concepties en de feitelijkheid, maar dat is een ander verhaal.
Daarnaast kun je met Asad de vraag stellen of er uberhaupt wel een universele definitie te stellen valt. Is het niet typisch westers om religie universeel te maken? Maar nog veel belangrijker, Geertz probeert met het systeem van symbolen eerst alle ‘culturele’ en ‘temporaine’ symbolen er uit te filteren, zodat je een proper/schoon set symbolen overhoudt die puur betrekking heeft op religie. En dat kan bijna niet, zoveel dingen zijn cultureel bepaald, neem bijvoorbeeld de bijbel, het eerste gedrukte boek in de wereld. Dat geeft dus direct een bepaalde culturele waarde weer, maar waar hoort dat bij, bij religie of bij cultuur?
Zomaar een vraag waar je mee bezig kunt zijn.
Oh en dat mooie plaatje heb ik gebruikt in een vraag over mythes en mythevorming.