Vanochtend zijn we naar een pinkstergemeente geweest vlakbij ons huis. Het was echt typical pinkster, niet alleen de lengte van de dienst(3uur!), maar ook de taal en gebruiken. Leuk om mee te maken, af en toe ook wel irritant.

1 voorbeeld van het taalgebruik wil ik graag verder uitwerken. Namelijk het spreken van een sterke scheiding tussen kerk en wereld. Het spreken in wij en zij. Dit is een spreken dat veel christelijke kerken en groepen eigen is, niet geheel vreemd natuurlijk. Het ‘gij geheel anders’ wordt op veel manieren gebruikt. Maar het is een interessant fenomeen dat aan verandering onderhevig is in de kerken vandaag de dag. Ook als we kijken naar de GKv, zijn we in veel opzichten wereldgelijkvormiger geworden. Het spreken bevat kerktaal, de NBV is straattaal en ook de muziek is wereldser geworden. Ik heb dit altijd van harte toegejuicht en dat doe ik nog steeds.

Toch heb ik er wel wat kritische vragen bij. Ik hoop dat ik het helder kan formuleren, want zelfs in mijn hoofd is het nog een vage hersenspinsel.
Een belangrijk voordeel van een sterke scheiding kerk/wereld is de duidelijke identiteit die je dan hebt. Je bent duidelijk anders, je hoort niet zomaar ergens bij, nee je hoort bij een groep met eigen taal en gebruiken. Je hoort bij een kerk. De drempel voor buitenstaanders is hoog, maar tegelijkertijd ook helder. Je conformeert of niet. Geloven heeft consequenties. Het gevaar hierbij is dat het al snel gaat over pure uiterlijke zaken. (Niet voor niets is zwanger voor het huwelijk altijd zo zwaar aangerekend, het is een niet te verbergen zonde.) Zolang je je gedraagt naar de groep, blijven de gedragingen van het hart op de achtergrond. De kans op oppervlakkigheid is groot en discussies gaan vaak over theoretische en intern kerkelijke aangelegenheden.

Het andere uiterste is dat je identiteit volledig in Christus is en er geen bijzondere uiterlijkheden zijn om dat te onderstrepen. Iets wat je bij de emerging church ziet. Volledig in de wereld zijn, incarneren. Het voordeel is dat je echt onder de mensen bent, je gedraagt je niet tijdelijk anders, nee, je bent 1 met hen. Je begrijpt hoe de mens echt in elkaar steekt, je kunt ze daarom ook echt op zielsniveau bereiken. Een lastig punt is het volgende; Het is bekend dat bij bekering het belangrijk is dat je een duidelijk verschil hebt in voor en na de bekering. Het oude leven en het nieuwe leven. Maar navolgerschap zonder duidelijke voorgeschreven do’s and dont’s is lastig. Terwijl bij het bekeren tot een emerging groep er nauwelijks sprake is van verandering in uiterlijkheden. Misschien is het daarom wel moeilijker om je te bekeren tot een emerging- dan tot een pinkstergroep.

De tussenweg is een beetje van dit en een beetje van dat. Af en toe evangelisatie-acties, vriendendiensten en zoekersdiensten en als die weer voorbij zijn gezellig bij elkaar kruipen rondom het orgel. (of rondom de nieuwste opwekkingscd, want het gezellig bij elkaar kruipen is van alle stromingen.) Je verandert zelf niet, je doet alleen verschillende dingen. Je past je dus tijdelijk aan. Hierdoor vervaagt je identiteit en volgens de vijfhoek loopt het dan niet goed af. (Zij noemen het ‘de synodalen achterna’…) Ik ben het daar niet mee eens, maar identiteitvervaging komt over het algemeen niet ten goede.

Wat is dan de goede manier, als er geen gulden middenweg is? Ik ben op dit moment erg gefascineerd door de emerging beweging. Maar kan zij overleven als ze zo weinig vastlegt en voorschrijft? Groeien zij ook uit tot ‘gewone’ gemeentes en moeten er daarom voortdurend nieuwe projecten ontstaan?

Ik ben hier nog lang niet over uitgedacht, zoals te merken is, dus ik hoop het in de toekomst allemaal wat verder uit te kristalliseren. Hier of in een scriptie of allebei. Heb je tips over boeken of eigen gedachtes, laat het even weten.