
Ook in de kerk zijn er mensen die ,,vrijmoedig’’ de scheiding tussen bevolkingsgroepen op grond van opleiding verdedigen. Je hebt immers wijken, kranten, omroepen en dus ook kerken voor hoog- en voor laagopgeleiden, zo is de redenering. Missioloog Mechteld Jansen
gruwt van zulk ,,provincialisme’’, maar vreest ervoor dat deze
segregatie tussen ‘vmbo en lager’ en ‘havo en hoger’ gaat toenemen.
Het blijft een boeiende discussie; hoort de kerk een brede volkskerk te zijn of mag het ook (stiekem) een doelgroepenkerk zijn? Mijn korte reactie daarop is vaak; principieel volkskerk, praktisch doelgroepenkerk. Maar volgens Mechteld Jansen getuigd dat van provincialisme en ook al kom ik uit de provincie, dan nog beschouw ik dat niet als een compliment. Ze deed deze uitspraak op de de 21ste geruchtdag van Op Goed Gerucht en in het ND van afgelopen zaterdag was een klein verslag daarover te lezen.
Aan de hand van Bauer en Bach werd de huidige kerk getypeerd; het is nog teveel Bach (lees: hoogcultuur en ‘havo en hoger) en het moet meer Bauer (lees: laagcultuur en ‘vmbo en lager’) worden. Nogal een simpele typering lijkt me en de invloed van gospel vergeten we voor het gemak maar even. De PKN is van oorsprong een volkskerk en ik kan best begrijpen dat mevrouw Jansen daar naar terug verlangd, maar de vraag is of ze de boot hebben gemist omdat Bauer nog niet aan boord was. Maatschappelijke relevantie gaat verder dan de ook door haar genoemde soepkeuken. De relevantie van de kerk zit in het laten zien van de verbinding tussen het dagelijkse leven van jan en alleman en het geloven in God. Daar zit eerder het probleem, dwars door de hoge en lage culturen heen.
Toch raakt ze wel een snaar, zeker als ze het heeft over het blijven verstaan van elkaar en ‘missie is het overschrijden van grenzen in Christus’ naam’. Het kan en mag natuurlijk niet zo zijn dat ons inkomen de grens van het evangelie bepaalt. Maar de oplossing is niet, zoals in het stuk wordt gesuggereerd, om de kerkelijke cultuur te ‘verlagen’ (in de spreekwoordelijke hoog- vs laagcultuur) door meer Bauer in de kerk toe te laten. Ik ben daar niet op tegen, maar het lijkt me in elk geval geen oplossing van de segregatie.
Ik kom er niet helemaal uit. Ik denk dat wanneer je een kerk start, je een doelgroep moet kiezen, iedereen bereiken kun je niet en vaak is de startersgroep al vrij homogeen en daarmee is je doelgroep dus al gedefinieerd. Wanneer je al in een bestaande kerk iets wilt veranderen dan is het maar zeer de vraag of de eventuele laagopgeleide mensen zitten te wachten op Bauer in de kerk. De kans is heel groot dat ze dat niet bij hun beeld van de kerk vinden passen. Kortom, laten wij niet bepalen wat goed voor anderen is. Zorg er slechts voor dat er ruimte voor ze is om dat zelf te doen.
Waarom moet je een doelgroep kiezen? Dat je iedereen niet kunt bereiken vind ik hiervoor een vrij zwak argument.
En wat te denken van een heterogene startersgroep? Dat kan ook een keuze zijn, toch?
Kortom, schrijf vooral verder….
Doelgroepen kiezen?
Wanneer God inspireert hebben we dan niet voor iedereen een boodschap?
Zou Jezus anders gesproken hebben met schriftgeleerden dan met vissers… kwamen ze niet beiden voor in Zijn gevolg?
Of is Jezus wat dit betreft onnavolgbaar…
Ik heb geen antwoorden, wel nog meer vragen en het is goed na te denken….. ben benieuwd naar verder reacties!
Volgens mij kun je beter expliciet een focusgroep kiezen dan impliciet grote groepen buitensluiten. Kwestie van eerlijkhed, denk ik dan. Ik hoor te veel vroom gepraat van mensen die zeggen dat ze openstaan voor iedereen. Of zoals ik ooit iemand hoorde zeggen: wij zijn open voor iedereen, want elke zondag staat onze kerkdeur open!. Ja, dag…
wat een functionalistische kolder ‘om een focusgroep te kiezen’. het gaat toch niet om de relevantie van de kerk, maar van de aard, het wezen van de kerk (aan het grotere maatschappelijk geheel). haar wezen is missionair; ze is instrumenteel aan het getuigenis van Gods koninkrijk.
de gescheiden kerk met doelgroepen was er ook vroeger al er was een gewone kerk met banken waarvoor je moest betalen voor de ‘vermogenden’ als je het niet zo breed had moest je achteraan zitten of zelfs blijven staan. Toen verzon men er in de hervormde kerk nog een doelgroep erbij; er was een aparte kerk voor de allerarmsten die zich niet ‘fatsoenlijk konden kleden’ dus te onooglijk om naar te kijken en ook hun luchtjes waren niet gewaardeerd.
In de jaren 60 moest ik zelf naar de kerk, weliswaar vaak tegen mijn zin, maar mijn ouders hadden er blijkbaar geen zin in omop hun ziel te krijgen als ik me niet liet zien. Op een keer, toen het slecht weer was had ik mijn oude schoenen aangetrokken, het sneeuwde de straten waren vies en ik moest een eind lopen. Toen ik voor de kerk netjes mijn voeten afklopte en veegde werd er het eerst naar mijn voeten gekeken, en sommigen gingen liever ergens anders zittendan naast mij. Ook de cathechismusles is nooit een plezier geweest. Waren je ouders ‘gezien’dan kon bijna alles, anders kon je beter je mond houden of je werd verwijderd. Ik ben niet meer naar die kerk gegaan. Voor mij is God van iedereen, hoe hij er ook uitziet, of wat hij ook mag geloven of denken, Wat moeten wij dan met een kerk met standen en doelgroepen ? hierin schiet het christendom dus zijn eigenlijke missie voorbij
@anoniem – Dank voor je reactie. Je hebt gelijk als je zegt dat het christendom haar missie voorbij schiet wanneer ze groepen uit gaat sluiten. (Zeker op de viezigheid van de schoenen…) Maar het voorbeeld dat je noemt over rijke banken en banken voor armen is niet wat ik bedoel met doelgroepen. Binnen een kerk moet je geen groepen gaan onderscheiden, iedereen is daarin gelijkwaardig, maar tussen verschillende kerken kun je wel verschillende (doel)groepen onderscheiden. En dat hoeft mijns inziens niet verkeerd te zijn. Wees je er eerder van bewust dat dat al vaak het geval is. En bij het starten van een nieuwe gemeente is het vaak een loze kreet als je zegt, ‘we willen er voor iedereen zijn’. 1 blik in de zaal en je weet dat het niet waar is. (er zijn uitzonderingen, gelukkig!)