In de afgelopen weken ben ik erg vaak gestuit op het aloude thema; de rol van de kerk in de maatschappij. In welke mate hoort daar welzijnswerk bij en hoe verhoudt zich dat tot haar verkondigende rol? Kan dergelijk werk gefinancierd worden door de overheid of moet ze zich daar verre van houden? Drie momenten:

Enige tijd geleden was ik bij een verkiezingdebat van Amsterdamse lijsttrekkers, georganiseerd door de Protestantse Kerk Amsterdam. Een van de onderwerpen was scheiding van kerk en staat. Een beladen thema, zeker in Amsterdam met de perikelen rondomYouth for Christ in de Baarsjes. Zie eerdere post. 

Vorige week waren we bij ons thuis aan het praten over een mogelijk nieuwe gemeentestichting in Amsterdam Zuidoost. Oa via de vraag naar; wat heeft Zuidoost nodig? kwamen we op het thema van welzijnswerk. Lees daarvoor bijvoorbeeld het artikel ‘De vreemdelingenrotonde’ in het ND van afgelopen zaterdag.

En vanochtend stond er een stuk in de krant over het nieuwste boek van Gerard Dekker ‘Heeft de kerk zichzelf overleefd?’waarin hij ondermeer pleit voor navolging van het Leger des Heils. Het boek heb ik al wel in handen gehad, maar de inhoudsopgave kwam me toch wel erg bekend (des Dekkers) voor, dus vooralsnog heb ik het laten liggen.

Je kunt hier veel over zeggen, maar ik zal me beperken.

Wanneer je als kerk een zelfstandige welzijnspoot gaat opzetten, wil je graag de betrokkenheid vanuit de kerk behouden. Het moet natuurlijk wel herkenbaar onder hetzelfde label zijn, ‘ als kerk zijn wij ook bezig met…’ In eerste instantie zal dat waarschijnlijk wel lukken via de inzet van vrijwilligers/kerkleden. Maar wij willen als hardwerkende burgers ondertussen wel graag dat onze belastingcenten goed besteedt worden, dus vragen wij van de overheid dat ze met professionele organisaties werken. Zeker in jouw eigen buurt. Dit heeft tot gevolg dat je steeds meer met gekwalificeerd personeel moet gaan werken en daardoor steeds minder met de vrijwilligers. Jammer genoeg waren deze vrijwilligers wel de link met de kerk.

Kortom, we willen graag zelf iets doen voor de buurt ipv geld geven in de collecte, zetten vervolgens een goede welzijnspoot op,  willen erkenning door de overheid van het goede werk dat we doen, de overheid vraagt professionaliteit in ruil voor subsidie, de vrijwilligers stoppen en moeten het welzijnswerk weer proberen te steunen via de onbevredigde bijdrage in de collecte voor de diaconie en kunnen zich daardoor gelukkig wel weer met hart en ziel storten in de kerkelijke commissies over de aanschaf van nieuwe koffiekopjes en het al dan niet beamen van bijbelteksten.

Dekker zegt in zijn boek dat de Protestante Kerk zich na de splitsing weer kan focussen op haar kernactiviteit, ‘ waarin de ontmoeting met God en zijn Woord volledig tot haar recht kan komen’. Ik vraag mij werkelijk af of de ontmoeting met God en zijn Woord tot haar recht komt als wij ons welzijnswerk vervolgens beperken tot onze collectebijdrage.