Kerken hebben heel lang gewerkt met het grens-paradigma. Geloof je conform de belijdenis en gedraag je je er ook naar, dan hoor je erbij en zo niet dan werd je al dan niet via tucht buiten de kerk gezet. Tegenwoordig wordt vaker het centrum-paradigma gehanteerd, beweeg je van of naar het centrum (Jezus), daar gaat het om. Je intentie (=richting) is belangrijker dan je handelen. Dit wordt vaak ook gebruikt in meer missionaire context of wanneer er vaak  ‘nieuwe’ gelovigen bij de kerk komen. Belong, believe, behave. Behave duidelijk als laatste.  Het boek Thy Kingdom Connected wil een nieuw paradigma introduceren, het netwerk-paradigma. “I am here. Where are you?

Friesen staat allereerst uitvoerig stil bij relaties, links,  een linked God et cetera. Soms raak, soms niet echt. Hij spreekt bijvoorbeeld over de I & It en de I & You relaties en zegt dan dat Facebook en MySpace een I & You relatie beloven voor een I & It prijs. Omdat je heel makkelijk kunt ontvrienden en zelf bepaald wanneer en hoe je contact wilt. Ik geloof best dat het gedeeltelijk waar is, maar ik geloof niet dat je dat heel strikt kunt scheiden.  Juist in een networked samenleving loopt dat door elkaar.

Vanaf het vierde cluster, Networked Church, wordt het interessant.

One of the lessons we’ re learning from Google: that our greatest ‘power’ is not accumulating links to ourselves but helping others connect meaningfully to what they need most.

Friesen tekent de netwerkkerk door onderscheid te maken in Christ-Commons en Christ-Clusters. Christ-Commons is een nieuwe manier om de body van de institutionele kerk  voor te stellen en Christ-Clusters is een nieuwe manier om de ziel van de lokale kerk voor te stellen. 

Christ-Commons are connective spaces. Het zijn zichtbare structuren, instituties, denominaties, gebouwen en kringen waarvan we hopen dat de structuur meehelpt met het creëren van een omgeving waarin we (makkelijk) in contact kunnen komen met God en met elkaar. Tegelijk is het ook een lokale, zichtbare expressie van de realiteit van Gods koninkrijk. Vitaliteit is erg belangrijk, eventueel door het samenvoegen van twee spaces en daarnaast een pastor die fungeert als een network ecologist.  “No local church can be all things to all people, and we are fools to think otherwise.” De pastor draagt zorg voor betekenisvolle verbindingen voor de zoekers. Zorg dus dat je weet wat je collega’s te bieden hebben…

Christ-Clusters are fluid and culturally responsive. Het zijn dynamische, communale expressies van Gods goede nieuws via dienen, gerechtigheid en liefde. Het gebeurt. Wanneer er een mogelijkheid is om tot zegen te zijn voor een ander of je geconfronteerd wordt met onrecht, dan zijn dat de momenten om te clusteren. “It just happens when people are centered in Christ and responsive to their surroundings.” Dit kan lijken op een kring of small group, maar dat is het niet, dat zijn weer structuren, een soort mini-christ-commons. Clusters ontstaan in het moment en verdwijnen ook weer. Soms willen mensen zo’n moment van clustering vasthouden en omzetten naar een common. Dat kan, maar is ook erg lastig. Friesen referereert dan (goed gevonden) aan het verhaal over Mozes, Elia en Jezus op de berg. Men wilde dat moment vasthouden door de tenten op te slaan. De kunst is je Christ-Common zo te organiseren dat clustering vaker gebeurt dan niet.  Deze clusteringen zijn de ziel van de lokale kerk, spontane en door de Geest gedreven acties om je omgeving tot zegen te zijn.

Om deze clusters en commons goed te laten functioneren, moeten ze goed in een netwerk verweven worden. In deel II meer hierover dmv termen als missional linking en And’ing.

Sorry voor alle Engelse termen, maar niet alles is even handig te vertalen.