Onlangs schreef ik over de in mijn ogen bizarre opmerkingen en insteek bij het werven van predikanten. Vandaag reageerde een van de twee predikanten – diegene zonder jacht en cabrio – in het ND. (pdf) Omdat het enige nuance aanbrengt in het voorval, meld ik het ook hier even.

Graag schrijf ik een woord ter verdediging van mijn collega Pier Poortinga. Niet dat ik zijn uitspraak over zijn wagenpark annex jacht ga verdedigen. Die uitspraak was onhandig (…)

Jammer genoeg  gebruikt Verbree  in zijn reactie niet de mogelijkheid om juist de inhoudelijke en diepere motieven om predikant te worden naar voren te brengen. Hij komt niet verder dan het volgende;

… waarom zou een goed verdienende directeur zijn baan opgeven en het werk van een predikant gaan doen? Dat kunnen niet de centen zijn geweest, gaat u er gerust vanuit dat hij wilde dienen. Dat nog velen mogen volgen, in een Dafje of in een Mercedes. Want een betere Baas kun je niet krijgen en je werkt in de enige multinational die straks overblijft.

Dat het niet de centen zijn geweest, dat wil ik wel geloven. Ook wel dat het misschien iets met dienen te maken heeft. Alleen geldt dat voor zoveel beroepen. Wat is er nu zo bijzonder aan het predikantschap?