De ketting is zo sterk als de zwakste schakel. Een bekende uitdrukking. Een ijzeren ketting kan zwaar overgedimensioneerd zijn, maar er hoeft maar één zwak schakeltje tussen te zitten en de sterkte van de rest doet er niet meer toe. Dwight Friesen gebruikt (in zijn boek Thy Kingdom Connected) deze uitdrukking ook voor netwerken, maar dan andersom. Juist de zwakste schakels in een netwerk, zorgen voor een waardevol sterk netwerk. Alle sterke schakels zijn niet interessant, althans als je het hebt over missional linking.

Missional linking – link where no one has linked before. Seek connection beyond your natural affective community.

Friesen gebruikt naast missional linking ook de term And’ing. Je ziet in/door Christus een koppeling tussen jou en de ander. Een koppeling die er niet is op basis van sociale, culturele of politieke overeenkomsten. Hij zegt oa het volgende;

Missional linking is marked by a kingdom imagnination that, when confronted with ‘otherness’, is able to see an And’ing in Christ; Jew and Gentile, slave and free, men and women, Republican and Democrat, modern and postmodern, left and right. The way of Christ is to become the And.

Waarom die zwakke verbindingen nu zo waardevol zijn? Omdat op die manier nieuwe mensen in aanraking komen met een stukje Koninkrijk. Juist via die zwakke verbindingen kom je in aanraking met andere groepen. Los daarvan, als je alleen maar sterke verbindingen hebt dan verander je langzaam in een sekte of op zn minst in een wereldvreemde club.

Netwerken, zeker nu in een netwerksamenleving, lijken zo vluchtig. Hoe kun je dat verduurzamen? Net als Carl Raschke, wil Friesen leren van ecologische netwerken. Allereerst is het van belang dat je netwerk (of systeem) autopoiese is – zelfproductief, zich zelf in stand kan houden – want anders ben je niet levensvatbaar en vooral niet herkenbaar, identiteitsloos. En zonder identiteit blijf je niet bestaan. Het is dus wel belangrijk om die sterke verbindingen in stand te houden. Tegelijk zou het volgens Friesen een soort dissipatief systeem moeten zijn. Een van de voornaamste kenmerken van dissipatieve systemen is hun anisotropie, ofwel het niet in alle richtingen gelijk zijn van hun eigenschappen als gevolg van hun interactie met de omgeving. Een ander belangrijk kenmerk is de vorming van complexe en soms chaotische structuren met veel samenhangende onderdelen. Bijvoorbeeld cyclonen of orkanen. [wikipedia] Is er in jouw groep/gemeente/netwerk dissipatieve ruimte? Of is alles strak ingekaderd tbv controleerbaarheid?

Een gesloten en tegelijk open systeem.  Dat heeft gevolgen voor bijvoorbeeld je lidmaatschap. Sommige mensen binnen je groep hebben een soort blurred membership. Ze staan aan de ‘open kant’ van de groep, interacteren met de omgeving. Dat past lastig in een centrum paradigma, waar God/Jezus ‘de goal’ in het midden staat, terwijl in een netwerk paradigma God the living presence is with whom we journey. Een blurred membership is niet voor iedereen geschikt en dat kan ook niet, want voor het in stand houden van de gemeenschappen heb je ook normal membership nodig. Maar een gezonde gemeenschap heeft dus beide nodig! Zwakke én sterke verbindingen, autopoiese én dissipatief, blurred én normal.

Thy Kingdom Connected is een boeiend boek en lastig samen te vatten. Ik hoop toch dat beide bijdrages iets hebben toegevoegd aan het denken over de netwerkkerk. Voor mij wel in elk geval.

Lees hier deel I