De invloed van leeftijd op het associatieve netwerk van de kerk is groot. Het plaatje hiernaast maakt dat goed zichtbaar. (klik op de afbeelding voor grotere weergave) Bij de ouderen (36+) zijn associaties met betrekking tot het gebouw en negatieve associaties het belangrijkste, terwijl bij de jongeren (36-) activiteit op 1 staat, gevolgd door god.

Je zou kunnen zeggen dat de jongeren meer inhoudelijke associaties hebben en de ouderen meer buitenkant gerelateerde associaties. Al kunnen negatieve associaties natuurlijk wel degelijk inhoudelijk gemotiveerd zijn. Wat er ook echt uitspringt is het verschil in grootte van de associatie god. Nummer 2 bij de jongeren en bij de ouderen niet noemenswaardig aanwezig.

Interessante gegevens mijns inziens. Wat zou dit kunnen betekenen voor kerken, met name in de missionaire context? Wat nu als je je wilt richten op een bepaalde wijk? Dan is er waarschijnlijk een enorme diversiteit in verwachtingen en (voor)oordelen over de kerk. Wees je daarvan bewust en/of richt je daarom allereerst op een bepaalde leeftijdsgroep. En als je je wilt richten op een bepaalde leeftijdsgroep kun je met deze associatieve netwerken zien waar de kansen of bedreigingen liggen. (overigens is dit geen representatief onderzoek, dus generaliseer niet te snel)

In elk geval laat een simpele enquête, zoals ik heb gedaan, al veel zien van de wijk waarin je actief wilt zijn. Welk beeld hebben mensen van de kerk? Wat vinden ze van spiritualiteit? Welke (voor)oordelen leven er? Wat voor geschiedenis hebben mensen met het geloof of de kerk? Et cetera. Een ‘marktverkenning’  is een mooie start, denk ik.

Voor de liefhebber is mijn scriptie hier te downloaden.