Voor het – zeer boeiende – vak Media, Religie en Cultuur, van de gelijknamige master, heb ik een paper (pdf) geschreven over de thematieken rondom netwerksamenleving, online/offline gemeenschap en religieuze gemeenschap. Zoals al eerder vermeld, wil ik in mijn masterscriptie ook bezig gaan met deze thematiek en ik zou het dan ook bijzonder waarderen als jullie commentaar geven op wat ik al geschreven heb.

Deze paper stond los van de scriptie, dus dit is niet het ‘theoretisch hoofdstuk’ van mijn scriptie, maar wel een belangrijke lijn. Daarnaast is deze paper niet afgesloten met conclusies, maar als verkenning van het onderwerp, toegewerkt naar een hoofdvraag: (in vernieuwde versie)

Kan het networked-set model, waarbij er nadrukkelijk gekozen wordt voor een combinatie van online en offline gemeenschap, een versterkend effect hebben op de vorming, verduurzaming en missionaire potentie van een geloofsgemeenschap?

Ik beschrijf daar onder meer het debat tussen dystopisten en utopisten over de verhoudingen en ontwikkelingen tussen online/offline gemeenschap en kom dan zelf met een derde positie, de duopist. Een idealistische combinatie van utopist en dystopist. Vervolgens beschrijf ik enkele modellen van religieuze gemeenschappen, waarin ik probeer toe te werken naar een soort netwerkkerk, networked set. Kan zo’n model inderdaad een versterkend effect hebben op de vorming, verduurzaming en missionaire potentie van een geloofsgemeenschap?

Johan Roeland, de docent van deze master, heeft bij de beoordeling al enkele kanttekeningen gemaakt bij mijn paper. Dit mag je beamen, verwerpen of negeren :-). Ik noem er een paar:

  • Het stuk bruist van de goede ideeën en er is duidelijk sprake van visie-in-de-maak, maar alles mag wat analytischer.
  • Je identificeert je als duopist, maar zeker aan het einde ontpop je je als utopist, omdat je zelf behoorlijk enthousiast lijkt te zijn over allerlei ontwikkelingen in de netwerksamenleving. Vergeet als duopist het kritische bewustzijn van de dystopist niet – blijf te allen tijde realistisch en geduldig in je analyses.
  • Het missionaire perspectief introduceer je vrij laat in je paper (p. 5). Dat is verwarrend, temeer omdat je vanuit een missionair perspectief heel specifieke vragen stelt met betrekking tot de empirische werkelijkheid die je bespreekt. Ook je hoofdvraag ziet er anders uit op het moment dat je deze in een missionair perspectief plaatst, om de simpele reden dat je niet vraagt hoe bestaande gemeenschappen zich beter kunnen organiseren met het oog op de betreffende gemeenschap, maar juist met het oog op een toekomstige of potentiële gemeenschap.
  • Empirische en normatief-strategische observaties en analyses lopen door elkaar. Dat is verwarrend. Je lijkt in eerste instantie een empirische lijn te volgen, zeker in het stuk over offline/online gemeenschappen. In de paragraaf over religieuze gemeenschap verlaat je echter het empirisch-beschrijvende van de paragraaf over online/offline gemeenschap, en kies je duidelijk voor normatieve positie in het debat wat de kerk zou moeten leren van hedendaagse ontwikkelen in de samenleving.

Nogmaals, ik ben erg geholpen met commentaar op dit stukje tekst, dus graag reacties. Mag uiteraard ook via de mail. johvandenakker [at] gmail [dot] com

[Afbeelding van smallritual]