Op de onlangs gehouden jubileumdag van Kontekstueel werd er – volgens het verslag in de krant – gesproken over het verschuiven van de zekerheid van het geloof als centraal thema naar de zekerheid van het concrete discipelschap. Met name bij jongeren. Ik vind dat een zeer herkenbare verschuiving. Niet alleen de ‘hernieuwde’ aandacht voor stadskloosters en woongemeenschappen is daar een teken van.

Er zijn natuurlijk velen die die focus al heel lang hadden of hebben, maar een van hen is in elk geval Shane Claiborne. Ik heb het boek ‘Hoe Jezus de wereld op zijn kop zet’ gekregen op mijn verjaardag,  enkele maanden geleden, en nu eindelijk de tijd genomen om het boek te gaan lezen. Ook vanwege onze bezinning op het eventueel gaan wonen in een leefgemeenschap.

Enkele citaten uit het boek om wat meer kleur te geven aan dat concrete discipelschap:

Ik was een ‘gelovige’ geworden, maar ik had geen idee wat het betekent om een volgeling te zijn. Men had me geleerd wat een christen hoort te geloven, maar niemand had me ooit verteld hoe een christen hoort te leven.

Laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden, op aarde zoals in de hemel. (…) Het werden woorden waar we niet op moeten wachten, maar die we moeten uitleven.

Ik had de deelnemers die zichzelf een ‘toegewijde volgeling van Jezus’ noemden gevraagd of Jezus tijd doorbracht met de armen. Bijna tachtig procent zei ja. In een later deel van de enquête had ik een vervolgvraag gesmokkeld. Ik vroeg dezelfde groep toegewijde volgelingen of zij tijd doorbrachten met de armen, en minder dan twee procent zei ja. De belangrijke les die ik hieruit leerde was deze: we kunnen Jezus bewonderen en vereren zonder te doen wat hij deed.

Veel mensen zullen op de vraag wat christenen geloven, antwoorden dat ‘christenen geloven dat Jezus Gods zoon is en dat Hij uit de dood opstond’. Maar vraag je een willekeurig persoon hoe christenen leven, dan staan ze met de mond vol tanden.

Toch ben ik ervan overtuigd dat Jezus niet alleen kwam om ons voor te bereiden op de dood, maar om ons te leren leven. Anders zou veel van Jezus’ wijsheid nutteloos zijn. Hoe moeilijk kan het tenslotte zijn je vijanden lief te hebben in de hemel?

We strijden om onszelf te bevrijden van macroliefdadigheid en afstandelijke daden van barmhartigheid. Met dat soort liefdadigheid legitimeren we alleen maar een apathische levensstijl van goede bedoelingen, die ons juist berooft van het cadeau van gemeenschap.

De meeste christelijke gemeenschappen en kerken hebben zo’n verklaring die hun orthodoxie (juiste geloof) verwoordt, maar daar houdt het meestal op. (…) Wat er echt toe doet is hoe we leven, wat echt vorm krijgt in ons leven. Dus hebben wij ook een verklaring van orthopraxis. (juiste manier van leven)(en voor de gereformeerden onder ons, dat is iets anders dan focus op 4e en 7e gebod, JOH)

Zomaar een rijtje citaten uit de eerste helft van het boek. (Verder ben ik nog niet) Genoeg om te triggeren en over na te denken.  En volgens mij passen deze perfect bij het verlangen naar concreet discipelschap. Zonder dat dit verder nog is ingevuld. Wordt vervolgd dus.