Afgelopen week was ik nauw betrokken bij twee hele mooie evenementen, de veelbesproken #contrastnacht en de doop van onze dochter Maren. In beide gevallen kwam er een soort kernenergie vrij doordat je je kwetsbaar opstelde. Mooi.

Bij de contrastnacht lieten we de invulling bepalen door de bezoekers, we hadden alleen als kern de zaligsprekingen. Kwetsbaar, want wordt het wel een avondvullend programma? Houden we de schwung en flow er wel in? Kwetsbaar ook, want wat betekent theologie als je het confronteert met ongedocumenteerden of zachtmoedigheid of treurenden. Wat als je alle mooie en vele woorden die theologie rijk is afpelt en uitkomt bij de kern? Ja, inderdaad dan ontstaan er mooie dingen. Dan komt er energie vrij en ontstaat er een superavond waar velen zijn geinspireerd, mijzelf incluis.

Bij de doop van Maren gingen we ook in alle kwetsbaarheid op zoek naar de kern. Een grasveld, een groep mensen, een naakte baby en een bak water. We moesten letterlijk op de knieen om Maren door het water heen te halen. Kwetsbaar, want geen houvast via liturgie, (sacrale) ruimte. Het symbool moest genoeg zijn.

En zoals Martijn Horsman zei (via tweet Inger):

“We hebben geen kerkgebouw, alleen water. Meer hadden de eerste christenen ook niet nodig.” (@MTHorsman #doop dochter @akkertje #ontroerend)

En ja, ook daar kwam energie vrij. Ontroerend, mooie liederen; zegen en schepping. Vele enthousiaste reacties. Een doopfeest dat we niet snel zullen vergeten.

Zullen we de term kernenergie weer rehabiliteren en gebruiken in deze (m.i.) veel mooiere context dan iets met splijtende kernen?