Vandaag werd in het ND geschreven over een opmerkelijk artikel van Jakob van Bruggen (nieuwtestamenticus GKV) in het blad Nader Bekeken. Van Bruggen hekelt het ideaal van de missionaire gemeente; ‘wie in een belegerde stad woont, moet niet aan stadsvernieuwing doen, noodzakelijk onderhoudswerk is voldoende.’ En dit ideaal van de missionaire gemeente voedt het virus van een kerkelijk minderwaardigheidsgevoel, volgens Van Bruggen.

Wat het precies is, weet ik niet, maar het artikel triggert mij. Mijn gedachten schieten allerlei kanten op, dus of hier nog iets gestructureerds uitkomt, weet ik nog niet. Het idee dat wij soms te hoge idealen hebben mbt de kerk en de huidige kerk vaak als te minderwaardig zien, roept veel herkenning op. Het doet mij ook denken aan een eerder aangehaald citaat van Bonhoeffer:

de persoon die zijn droom van gemeenschap liefheeft, zal gemeenschap vernietigen (zelfs als zijn intenties oprecht zijn), maar de persoon die de mensen om hem heen liefheeft, zal gemeenschap creëren.

En mijns inziens heeft Van Bruggen daar wel een punt te pakken. Het té weinig zien van wat er al is en het simpelweg té weinig houden van de mensen om ons heen. Terug naar de eenvoud en de zweetvoeten :-)

Toch irriteerde het stuk mij ook wel een beetje. Voor een deel heeft dat te maken met de gekozen stijlfiguren. Je poneert eerst de (in jouw ogen!) belangrijkste idealen, plakt die op je ‘tegenstander’ (missionaire gemeente) en je fakkelt vervolgens die idealen helemaal af. Neem als voorbeeld het ideaal van de duidelijkheid;

de kerk moet duidelijk zijn voor iedereen in ons taalgebied. Liederen, preken, gewoonten moeten direct te begrijpen zijn voor ieder gemeentelid, voor alle leeftijden en voor elke binnenkomende Nederlander. (..)

Let op de woorden, iedereen, direct, alle en elke. Vervolgens is het voor de schrijver natuurlijk erg makkelijk om te beargumenteren dat dit soms moedeloos kan maken en niet realistisch is. Verander je het woord ‘duidelijk’ in ‘volgbaar’ of ‘begrijpelijk’ en gebruik je woorden als ‘zoveel mogelijk’ en vermijdt je woorden als ‘direct’ dan is het opeens best een goed ideaal. Er is vast een spreekwoord voor zo’n redenering, maar die weet ik even niet. Je creëert een gedrocht en dat fakkel je af. Tja.

Een ander voorbeeld:

Veel christenen zijn vandaag ontevreden en onvoldaan wanneer hun gemeente niet groeit en buitenstaanders niet bereikt worden. Het gaat dus niet over ontevredenheid over het persoonlijk christen-zijn, maar om ontevredenheid over de kerkelijke gemeente. Het is een ontevredenheid die men eigenlijk meer aan anderen verwijt dan aan zichzelf.

Klinkt mij als een soort jij-bak in de oren. Natuurlijk zit er een kern van waarheid in deze quote, maar om nou zo keihard te zeggen dat het alleen maar gaat om verwijten aan de ander en niet aan zichzelf. De meeste mensen die ik ken en enthousiast zijn over missionair gemeente-zijn (whatever that may be) zijn echt niet zelfingenomen over hun eigen (missionaire) leven. Het is namelijk iets wat super moeilijk in je eentje te doen is, waardoor support van mede-christenen (dus ook kerk) erg belangrijk is.

Tot slot, dat minderwaarheidsgevoel uit zich volgens Van Bruggen in een paar punten. Ik noem de laatste;

(..) christenen worden soms in steeds grotere mate afhankelijk van de niet-gelovigen. (..) Dit leidt tot uitholling van de prediking en reductie tot een paar thema’s als liefde en sociale bewogenheid.

Klinkt mij eigenlijk wel als muziek in de oren. Van uitholling is geen sprake volgens mij. Kijk maar eens wat dat doet met mensen als Shane Claiborne.

Terugkomend op die beeldspraak aan het begin, van de belegerde stad. Wat nu als dat beeld niet klopt? Er zijn genoeg voorbeelden te bedenken van onderhoudsmomenten op het verkeerde moment…

 

(Lees voor een goede en wat meer genuanceerde samenvatting de blogs van Jos Douma. hier en hier)