Archives for category: boeken

Marketingfacts kent al een een tijdje de jaarlijks terugkerende post: Welke boeken  neem jij mee op vakantie? Het is een succesvolle serie geworden. Waard om te volgen voor alle nieuwe boeken op het vlak van netwerksamenleving, veranderende organisatiestructuren en trends. Ik ben via een van die lijstjes het boek van Shirky ‘Here comes everybody‘ tegengekomen en ben daar nog steeds enthousiast over.

Dit jaar maken we een kanotocht, dus ik kan iets meer meenemen dan normaliter in mn backpack past. Ik stop waarschijnlijk de volgende boeken – in willekeurige volgorde -  in mn waterdichte ton;

Connected! van Nicholas Christakis en James Fowler -Oa de volgende beschrijving wordt meegegeven; ‘Connected!’ maakt korte metten met de notie van individualiteit en geeft een nieuw, revolutionair paradigma: dat wij, net als een school vissen die tegelijkertijd van richting verandert, onbewust geleid worden door de mensen om ons heen. Dit boek zal onze kijk op vrienden – en onszelf – voorgoed veranderen. Klinkt mijns inziens zeer interessant.

Authentiek van Boele P. Ytsma – Uiteraard gaat dit boek van Boele mee, ik ben er al in begonnen en het leest lekker weg. De ondertitel is ‘de zoeker en het verlangen’. Na de vakantie volgt er hier een recensie van het boek.

Het Goede Leven van Reinier Sonneveld – Over gloeiende wangen, lekker eten, baken in de zon, mooie auto’s, klussen aan je huis, schoffelen in de tuin… en God. Het boek ligt er inmiddels al weer een poosje, hoogste tijd om er in te beginnen. (btw, Reinier spreekt zondag 11 juni om 11 uur in Stroom)

Grenzeloze generatie van Frits Spangenberg en Martijn Lampert – ‘en de eeuwige jeugd van hun opvoeders’ wordt er nog even fijntjes aan toegevoegd. Over de jongeren en ouderen van deze tijd, opgevoed in vrijheid en voorspoed. Net als ik, dus ik ben benieuwd.

En wat gaat er niet mee en staat nog op mn lijstje? Veel. Shane Claiborne, Stanley Hauerwas, Seth Godin, Menno Lanting, Clay Shirky et cetera.

Voeg je eigen lijstje of tips toe via een reactie. Lijkt me leuk.

 

[Afbeelding van Alexis Mire]

De ketting is zo sterk als de zwakste schakel. Een bekende uitdrukking. Een ijzeren ketting kan zwaar overgedimensioneerd zijn, maar er hoeft maar één zwak schakeltje tussen te zitten en de sterkte van de rest doet er niet meer toe. Dwight Friesen gebruikt (in zijn boek Thy Kingdom Connected) deze uitdrukking ook voor netwerken, maar dan andersom. Juist de zwakste schakels in een netwerk, zorgen voor een waardevol sterk netwerk. Alle sterke schakels zijn niet interessant, althans als je het hebt over missional linking.

Missional linking – link where no one has linked before. Seek connection beyond your natural affective community.

Friesen gebruikt naast missional linking ook de term And’ing. Je ziet in/door Christus een koppeling tussen jou en de ander. Een koppeling die er niet is op basis van sociale, culturele of politieke overeenkomsten. Hij zegt oa het volgende;

Missional linking is marked by a kingdom imagnination that, when confronted with ‘otherness’, is able to see an And’ing in Christ; Jew and Gentile, slave and free, men and women, Republican and Democrat, modern and postmodern, left and right. The way of Christ is to become the And.

Waarom die zwakke verbindingen nu zo waardevol zijn? Omdat op die manier nieuwe mensen in aanraking komen met een stukje Koninkrijk. Juist via die zwakke verbindingen kom je in aanraking met andere groepen. Los daarvan, als je alleen maar sterke verbindingen hebt dan verander je langzaam in een sekte of op zn minst in een wereldvreemde club.

Netwerken, zeker nu in een netwerksamenleving, lijken zo vluchtig. Hoe kun je dat verduurzamen? Net als Carl Raschke, wil Friesen leren van ecologische netwerken. Allereerst is het van belang dat je netwerk (of systeem) autopoiese is – zelfproductief, zich zelf in stand kan houden – want anders ben je niet levensvatbaar en vooral niet herkenbaar, identiteitsloos. En zonder identiteit blijf je niet bestaan. Het is dus wel belangrijk om die sterke verbindingen in stand te houden. Tegelijk zou het volgens Friesen een soort dissipatief systeem moeten zijn. Een van de voornaamste kenmerken van dissipatieve systemen is hun anisotropie, ofwel het niet in alle richtingen gelijk zijn van hun eigenschappen als gevolg van hun interactie met de omgeving. Een ander belangrijk kenmerk is de vorming van complexe en soms chaotische structuren met veel samenhangende onderdelen. Bijvoorbeeld cyclonen of orkanen. [wikipedia] Is er in jouw groep/gemeente/netwerk dissipatieve ruimte? Of is alles strak ingekaderd tbv controleerbaarheid?

Een gesloten en tegelijk open systeem.  Dat heeft gevolgen voor bijvoorbeeld je lidmaatschap. Sommige mensen binnen je groep hebben een soort blurred membership. Ze staan aan de ‘open kant’ van de groep, interacteren met de omgeving. Dat past lastig in een centrum paradigma, waar God/Jezus ‘de goal’ in het midden staat, terwijl in een netwerk paradigma God the living presence is with whom we journey. Een blurred membership is niet voor iedereen geschikt en dat kan ook niet, want voor het in stand houden van de gemeenschappen heb je ook normal membership nodig. Maar een gezonde gemeenschap heeft dus beide nodig! Zwakke én sterke verbindingen, autopoiese én dissipatief, blurred én normal.

Thy Kingdom Connected is een boeiend boek en lastig samen te vatten. Ik hoop toch dat beide bijdrages iets hebben toegevoegd aan het denken over de netwerkkerk. Voor mij wel in elk geval.

Lees hier deel I

Kerken hebben heel lang gewerkt met het grens-paradigma. Geloof je conform de belijdenis en gedraag je je er ook naar, dan hoor je erbij en zo niet dan werd je al dan niet via tucht buiten de kerk gezet. Tegenwoordig wordt vaker het centrum-paradigma gehanteerd, beweeg je van of naar het centrum (Jezus), daar gaat het om. Je intentie (=richting) is belangrijker dan je handelen. Dit wordt vaak ook gebruikt in meer missionaire context of wanneer er vaak  ‘nieuwe’ gelovigen bij de kerk komen. Belong, believe, behave. Behave duidelijk als laatste.  Het boek Thy Kingdom Connected wil een nieuw paradigma introduceren, het netwerk-paradigma. “I am here. Where are you?

Friesen staat allereerst uitvoerig stil bij relaties, links,  een linked God et cetera. Soms raak, soms niet echt. Hij spreekt bijvoorbeeld over de I & It en de I & You relaties en zegt dan dat Facebook en MySpace een I & You relatie beloven voor een I & It prijs. Omdat je heel makkelijk kunt ontvrienden en zelf bepaald wanneer en hoe je contact wilt. Ik geloof best dat het gedeeltelijk waar is, maar ik geloof niet dat je dat heel strikt kunt scheiden.  Juist in een networked samenleving loopt dat door elkaar.

Vanaf het vierde cluster, Networked Church, wordt het interessant.

One of the lessons we’ re learning from Google: that our greatest ‘power’ is not accumulating links to ourselves but helping others connect meaningfully to what they need most.

Friesen tekent de netwerkkerk door onderscheid te maken in Christ-Commons en Christ-Clusters. Christ-Commons is een nieuwe manier om de body van de institutionele kerk  voor te stellen en Christ-Clusters is een nieuwe manier om de ziel van de lokale kerk voor te stellen. 

Christ-Commons are connective spaces. Het zijn zichtbare structuren, instituties, denominaties, gebouwen en kringen waarvan we hopen dat de structuur meehelpt met het creëren van een omgeving waarin we (makkelijk) in contact kunnen komen met God en met elkaar. Tegelijk is het ook een lokale, zichtbare expressie van de realiteit van Gods koninkrijk. Vitaliteit is erg belangrijk, eventueel door het samenvoegen van twee spaces en daarnaast een pastor die fungeert als een network ecologist.  “No local church can be all things to all people, and we are fools to think otherwise.” De pastor draagt zorg voor betekenisvolle verbindingen voor de zoekers. Zorg dus dat je weet wat je collega’s te bieden hebben…

Christ-Clusters are fluid and culturally responsive. Het zijn dynamische, communale expressies van Gods goede nieuws via dienen, gerechtigheid en liefde. Het gebeurt. Wanneer er een mogelijkheid is om tot zegen te zijn voor een ander of je geconfronteerd wordt met onrecht, dan zijn dat de momenten om te clusteren. “It just happens when people are centered in Christ and responsive to their surroundings.” Dit kan lijken op een kring of small group, maar dat is het niet, dat zijn weer structuren, een soort mini-christ-commons. Clusters ontstaan in het moment en verdwijnen ook weer. Soms willen mensen zo’n moment van clustering vasthouden en omzetten naar een common. Dat kan, maar is ook erg lastig. Friesen referereert dan (goed gevonden) aan het verhaal over Mozes, Elia en Jezus op de berg. Men wilde dat moment vasthouden door de tenten op te slaan. De kunst is je Christ-Common zo te organiseren dat clustering vaker gebeurt dan niet.  Deze clusteringen zijn de ziel van de lokale kerk, spontane en door de Geest gedreven acties om je omgeving tot zegen te zijn.

Om deze clusters en commons goed te laten functioneren, moeten ze goed in een netwerk verweven worden. In deel II meer hierover dmv termen als missional linking en And’ing.

Sorry voor alle Engelse termen, maar niet alles is even handig te vertalen.