Archives for category: boeken

Here comes everybody - Clay ShirkyTussen alle blogs en twitterstreams door heb ik me door een boek over digitale netwerken geploeterd. Misschien is het pionierswerk, misschien niet, de tijd zal het uitwijzen. Het gaat om het boek ‘Iedereen‘ van Clay Shirky; Hoe digitale netwerken onze contacten, samenwerking en organisaties veranderen.

Neem alleen al het genoemde symposium #pvhk; zonder blog, twitter en facebook had het niet plaatsgevonden of op zn minst niet op deze schaal. Iedereen is het er wel over eens dat het internet en zeker web 2.0 zorgen voor grote veranderingen. Maar wat betekent dat voor de groep(svorming) en de lokaal gerichte gemeenschappen zoals bijvoorbeeld de kerk? Aan de hand van een aantal citaten uit het boek, wil ik een paar opmerkingen maken. Vandaag deel 1.

(1) … En waar het gemeenschapsgevoel telt, wordt professioneel geproduceerde content niet gewaardeerd: hoe slecht mijn stem ook is, mijn kinderen zouden het niet waarderen als ik een mooi gezongen versie van ‘Lang zal ze leven’ van een cd zou laten horen in plaats van zelf te zingen. (p.70)

Het is tegenwoordig redelijk makkelijk om professioneel over te komen, je hoeft geen flyers meer zwartwit te stencillen of je nummer op een bierviltje te schrijven. Je kunt voor weinig geld flyers laten drukken en visitekaartjes regelen en we beschikken zelfs met onze telefoon over exact dezelfde middelen als een bijvoorbeeld een journalist. Iedereen kan publiceren (via een weblog) een community starten (via hyves) of een boek schrijven(via lulu). Toch gebruik je niet je weblog om met je moeder te communiceren of een bandje om ‘lang zal je leven’ ten gehore te brengen. Wanneer gemeenschap de boventoon voert, minimaliseer je het professionele gehalte van de communicatie.

Nu is het zo dat kerken ook steeds meer professionaliseren, kijk bijvoorbeeld naar de steeds betere websites, gelikte flyers en concert-achtige diensten. Aan de ene kant juich ik deze ontwikkelingen toe, een goede website is eigenlijk standaard geworden en een valse noot stoort, maar aan de andere kant (zie citaat) botst dat soms enorm met het gemeenschapsgevoel. Je moét tegenwoordig een (professioneel) talent hebben voor iets, anders ben je niet inzetbaar. En als je een ‘profi-event’ neerzet op zondag, bedenk dan wel hoe lastig het is om én een strak verhaal neer te zetten én geloof(stwijfel) te delen. En wil je een professionele band of pure aanbidding? Ik denk niet dat dit een valse tegenstelling is.

Wat leren we nu van iedereen? Misschien wel de verleiding van professionaliteit. We hebben vele professionele middelen tot onze beschikking, maar de vraag is of ze altijd ingezet moeten worden. Ik denk dat het vaak botst met het gemeenschapsgevoel.

____________________

Ps. Ook ik hoop nog wat toe te voegen aan de ‘blogstream‘ over het symposium ‘Ploeteren voor het Koninkrijk’, maar laat het nog even bezinken.

Deze blogpost is onderdeel van de synchroblog van Emerging Netwerk over het boek ‘Als een kerk (opnieuw) begint’.

Het laatste hoofdstuk van het boek gaat over het opleiden van gemeentestichters. Aangezien ik zelf nog in opleiding ben, wil ik dit hoofdstuk graag tegen het licht houden.

Allereerst wordt de afstand gesignaleerd tussen de academische wereld en de plantingspraktijk op oa sociaal en economisch gebied. Niet alleen kennen de academici dat deel van de samenleving niet voldoende, ook kunnen spontane initiatieven van niet-theologen in de schaduw komen te staan. Om met dat laatste te beginnen. Ik denk dat dat een onoverkomelijk probleem is, je kunt daar bijna alleen maar rekening mee houden door de academische graad weg te laten uit de opleiding. Terwijl – om echt van elkaar te leren – het juist goed is als er een mix ontstaat tussen beide werelden. Het eerste, gebrek aan kennis van de samenleving, zou men kunnen compenseren door al tijdens de opleiding te gaan wonen in de plaats van het beoogde project of in een vergelijkbare wijk. En daar dan ook minstens 1 dag in de week voor vrij te maken, gelijk een goede oefening in het contacten leggen in de buurt.

Bij het inrichten van een opleiding worden 4 randvoorwaarden genoemd.

1. Selectie en assessment – Het lijkt mij een heel goed idee om voordat men aan een dergelijke opleiding begint eerst te gaan selecteren. Niet alleen is het goed voor de persoon zelf om inzicht te krijgen in zijn motivaties en competenties, ook voor de opleiding zelf. Het vergemakkelijkt het sparren. De vraag is alleen hoe je met een selectiemodel voldoende recht kunt doen aan al die verschillende projecten en soorten leiderschap die nodig.

2. Praktijkleren – Het is duidelijk dat in deze tak van sport het goed is om te oefenen en je eigen exposure te ontdekken. Jammer is wel dat er op de eerste echte missionaire master in Nederland (TUKampen) geen ruimte lijkt te zijn voor deeltijd. Wil je die opleiding echt goed in de markt zetten, dan moet je zowel 1 als 2 direct toepassen. Het verhoogt de kwaliteit en voorkomt dat het uitvalpercentage(afgestudeerden ‘gewoon’ op de kansel) hoog wordt.

3. Groepsleren – Belangrijk in de opleiding, maar het lijkt mij vooral belangrijk in het natraject. Zeker als er geen deeltijd wordt aangeboden, zullen de studenten gewoon weinig van elkaar kunnen leren. Ze hebben daarvoor gewoon te weinig ervaring. Zie ook het volgend punt.

4. Coaching – Het heeft mij verbaasd dat er bijvoorbeeld in de GKv wel een hoop geld wordt meegegeven aan gemeentestichters, maar zonder dat er iemand is die dat in coachende zin begeleidt. In Amsterdam wordt dat dan wel opgelost door oa de Amsterdam in Beweging(AiB) en allerhande netwerkdagen, maar of dat afdoende is? En in het boek ligt de focus op contact tussen student en kerkplanter, maar kunnen we het natraject ook zien als onderdeel van de opleiding? Dus blijvende coachende contacten zouden wel mijn voorkeur hebben.

Ik voel veel voor de genoemde derde mogelijkheid van opleiding; praktijkgerichte specialisatie- en nascholingstrajecten. De bekostiging is inderdaad een lastig punt, maar stel nu dat de universiteiten ook hun verantwoordelijkheid nemen in de missionaire praktijk door bijvoorbeeld (goedkoper)les/onderzoeksuren beschikbaar te stellen?

Al het onderzoek van de faculteit Godgeleerdheid aan de VU valt tegenwoordig onder het onderzoeksinstituut VISOR, Religie, Cultuur en Samenleving. Ze moeten dus elk onderzoek ‘buigen’ naar de doelen van VISOR. Stel nu dat Kampen ervoor kiest om 50%(laag percentage) van het onderzoek in dienst te stellen van de missionaire praktijk. Dat levert volgens mij een schat aan relevante informatie op en echt niet minder academisch, gereformeerd, systematisch of wat dan ook.

Om op de titel terug te komen. Het is goed om een toetssteen te hebben in de vorm van een opleiding. Het levert niet alleen kwalitatief betere missionaire planters op, maar ook zet het de plantingspraktijk beter op de kaart. Het zou wel goed zijn als we die toetssteen zien in de vorm van een probeersteen en niet als maatstaf.

Afgelopen week ben ik naar de presentatie geweest van het boek: Als een kerk (opnieuw) begint: Handboek voor missionaire gemeenschapsvorming- Gerrit Noort, Stefan Paas, Henk de Roest en Sake Stoppels. Verschillende media hebben er al aandacht aan geschonken, dus ik houd het kort. (zie RD, RDCVkoers, ND)

Een drietal reacties. Ik vermeld vooral de kritische noten, aangezien het boek al veel veren heeft gekregen in de media…

Hans van Ark – hoofd van de missionaire unit van het Dienstenbureau van de PKN
Naast positieve opmerkingen, had hij ook een paar (in mijn ogen terechte) kritische noten. De schrijvers zijn toch vooral theologen onder elkaar en zou het daarom niet interessant zijn om het meer interdisciplinair te bekijken. Welke nieuwe inzichten kunnen naar voren komen uit bijvoorbeeld sociologie, communicatie, economie etc. (eerdere post)
Daarnaast vroeg hij zich af waarom er niet wat wereldser gedacht kon worden in de opzet van deze dag. Gewoon midden op hoog catherijne bijvoorbeeld en  niet in een kerk, veel te binnenkerkelijk allemaal.

Mechteld Jansen – bijz. hoogleraar missiologie aan de Protestantse Theologische Universiteit
Ze vond het soms een wat defensief boek, er werd veel tegengas gegeven vanwege de bekeringsijver van de evangelikalen. Terwijl volgens haar bekering een werkwoord is in de missiologie. Ook lijkt het alsof gemeentestichting soms een doel op zich is, vanwege targets mbt het aantal te planten kerken.

Siebrand wierda – gemeentestichter van de CGK Via Nova in Amsterdam
Samen te vatten met de volgende woorden; Handboek is er, nu de rest nog. En met de rest bedoelde hij oa gebruik van het boek in de opleiding, praktijk leren, coaching, trainingscentrum, duale opleidingen etc etc. Siebrand gaf aan dat gemeentestichting onwijs moeilijk is, je vele skills eigen moet maken en daar moet je op getraind en gecoacht worden. Dus een theologische verhandeling is leuk, maar de praktijk heeft juist een manual nodig.

De middag zelf bracht niet heel veel nieuws, maar voor vele lonely mensen uit het veld weer een ideale netwerkgelegenheid. Ik heb nu een aantal dagen bezocht op dit gebied en herkende vele gezichten. Bloggers. docenten, professoren, studenten etc. Het boek heb ik nog niet in huis, maar zodra ik er in aan het lezen ben, zal ik hier of wellicht op de  Synchro-blog wel wat laten horen.