Archives for category: gemeentestichting

In 2008 schreef ik dat er een soort adviesorgaan voor de kerken moest komen om oa de kloof tussen (theologische) wetenschap en praktijk te slechten.

Kerken kunnen daar onderzoeksvragen indienen, waar ze in de praktijk tegenaan lopen of wat ze zouden moeten weten. Een soort dienstencentrum, maar dan iets ‘wetenschappelijker’.

Vanavond las ik (dankzij artikel ND) dat er misschien een ‘advies- en studiecentrum gemeentegroei’ gaat komen. Leuk. Het idee komt van deputaatschap Ondersteuning Ontwikkeling Gemeenten (OOG) en is te lezen in de ‘rapportage projecten gemeentestichting‘.

… streven naar een permanente ‘denktank’, waarin we de beschikbare deskundigheid en ervaring bundelen, zowel die van ZHT en TUK, als vanuit de praktijk.

… Actieve en actuele ondersteuning van projecten en bij de verschillende vragen die daar opkomen.

Gedacht kan worden aan (korte) publicaties, artikelen en gerichte adviezen over een bepaalde vraagstelling, maar resultaten kunnen ook worden verkregen via conferenties en studiebijeenkomsten, rondetafelgesprekken en expertmeetings.

Het klinkt als een goed plan en ik juich het ook grotendeels toe. Toch heb ik wel een paar bedenkingen. Onder andere met het willen rekening houden met de geledingen in de kerk, zoals classis en particuliere synode.

… waarin niet alleen de inhoudelijke deskundigheid en ervaring van ZHT en TUK worden betrokken, maar ook de lokale en regionale geleding die ons kerkverband kenmerkt, bijv. via een vertegenwoordiging van classes en/of PS’en.

Als ik dit lees ben ik toch bang dat het een traag verhaal kan gaan worden. Het is prima om op een bepaalde manier rekening te houden met de verschillende regio’s, ter voorkoming van blinde vlekken ed, maar ik hoop dat expertise toch wel echt de doorslag gaat geven. Anders krijgt de denktank ook de ‘rijstijl’ van een tank, lomp en inflexibel. Dan is adviesorgaan toch een beter woord. Iets organischer… :-)

Naast de mogelijke traagheid door geledingen, zit er ook een ‘vertragende’ factor in het formuleren van een landelijk en samenhangend beleid.

Deputaten OOG op te dragen om een Advies- en Studiecentrum Gemeentegroei in te stellen voor de ondersteuning bij de verdere uitbouw van een landelijk, samenhangend beleid.

Misschien zit ik er onvoldoende in, maar op dit moment heb ik niet het idee dat er ‘makkelijk’ iets samenhangends te produceren is op het aspect gemeentegroei. Misschien is het een allergische reactie van mij, alsof er weer wordt gezocht naar het ene ware (zo zullen ze het niet zien en bedoelen), maar ik zou toch liever willen spreken van handreikingen oid.

Toch ben ik wel degelijk positief gestemd over dit centrum. Het heeft absoluut potentie en dat er kennis moet (terug)vloeien tussen de gemeentestichtingen en de kerken ‘in den lande’ lijkt me helder. En dit is een stap in die richting. Mooi.

Onlangs was er een serie in het Reformatorisch Dagblad over kerknamen. Het begon met de namen van kerkgebouwen, tweederde heeft een naam, maar ging als snel (met behulp van Stefan Paas) over namen van kerkgemeenschappen. Een belangrijk verschil. Ben je lid van de Rehobothkerk of ben je lid van de CGK en ga je zondags naar de Rehobothkerk? Het raakt ook een interessante ontwikkeling die nu gaande is. Een aantal redenen;

- Mensen zijn vaker alleen lokaal betrokken en denominaties zijn ver weg en vaag. Ze worden lid van een lokale kerk en niet van een denominatie. Ja, op papier wel, maar in de beleving niet. Daarom gaan mensen bij een verhuizing ook op zoek naar een nieuwe kerk.

- Missionaire initiatieven zoeken naar een naam die meer de lading dekt van het initiatief of zich minder als klassieke kerk wil introduceren. Als je nu een kerk begint met de naam gereformeerde kerk, denk je niet direct aan een missionair initiatief, maar eerder aan een zoveelste afgescheiden groep.

- PR en communicatie spelen een belangrijke rol op de religieuze markt, dus zoek je naar een unieke naam en passend logo/website/etc. Ook omdat je wilt dat men bij jouw plaatselijke website komt en niet via gereformeerdekerk.nl op de landelijke site, die ook nog eens vooral organisatorisch van karakter is en niet gericht op gelovigen/gemeenschap. In dit kader ook het toenemende gebruik van google als startpunt van de zoektocht naar een kerk.

Een ontwikkeling die in mijn ogen het belang van een goede naam voor de gemeenschap onderstreept. Stefan Paas zegt terecht dat de reputatie van een kerk belangrijker is dan de naam. Maar dat geldt met name voor kerkgebouwen die karakteristiek zijn van zichzelf en/of al een lange geschiedenis kennen. Voor kerken in minder herkenbare gebouwen zul je daar weinig aan hebben. En nieuwe kerken hebben nog geen reputatie, dus dan is een naam wel weer belangrijk.

Enkele overwegingen bij een naam;

- Zet je wel of niet het begrip kerk of gemeente in je naam. (Stadshartkerk, Rehobothgemeente) Als je dat niet doet, zul je in je communicatie altijd een payoff moeten gebruiken anders weten mensen niet dat het over een kerk of geloofsgemeenschap gaat. Bijvoorbeeld Stroomis een gemeenschap die de vrijheid van Jezus vernieuwend wil leven. Als je het wel doet, weet dan dat er veel (ook negatieve) associaties leven bij het begrip kerk. Dat kán een nadeel zijn. Tegelijk schept het wel veel duidelijkheid. (Zie ook mijn scriptie over associatief netwerk van de kerk.)

- Een naam focust al heel snel op de praktijk en dan vooral in de beginsituatie, want toen is immers de naam bedacht. Wees je daarvan bewust. Hoeveel is er nog nova aan Via Nova over tien jaar? En dat nu de Doorbrekers letterlijk bepaalde zaken doorbreken in Barneveld wil ik wel geloven, maar voor hoe lang?

- Wat je ook wel ziet bij kerken is dat een bepaald concept van kerkzijn ook in een andere plaats wordt gestart. En dan met dezelfde naam plus de plaatsnaam als lokale aanduiding. Vineyard Utrecht, Wageningen et cetera zijn daar voorbeelden van, al komen deze natuurlijk van overzee. Maar let wel, over een aantal jaren hebben ze hetzelfde probleem als de huidige denominaties. Nu lijken de kerken qua stijl ed nog op elkaar, maar dat zal niet altijd zo blijven.

In de afgelopen weken ben ik erg vaak gestuit op het aloude thema; de rol van de kerk in de maatschappij. In welke mate hoort daar welzijnswerk bij en hoe verhoudt zich dat tot haar verkondigende rol? Kan dergelijk werk gefinancierd worden door de overheid of moet ze zich daar verre van houden? Drie momenten:

Enige tijd geleden was ik bij een verkiezingdebat van Amsterdamse lijsttrekkers, georganiseerd door de Protestantse Kerk Amsterdam. Een van de onderwerpen was scheiding van kerk en staat. Een beladen thema, zeker in Amsterdam met de perikelen rondomYouth for Christ in de Baarsjes. Zie eerdere post. 

Vorige week waren we bij ons thuis aan het praten over een mogelijk nieuwe gemeentestichting in Amsterdam Zuidoost. Oa via de vraag naar; wat heeft Zuidoost nodig? kwamen we op het thema van welzijnswerk. Lees daarvoor bijvoorbeeld het artikel ‘De vreemdelingenrotonde’ in het ND van afgelopen zaterdag.

En vanochtend stond er een stuk in de krant over het nieuwste boek van Gerard Dekker ‘Heeft de kerk zichzelf overleefd?’waarin hij ondermeer pleit voor navolging van het Leger des Heils. Het boek heb ik al wel in handen gehad, maar de inhoudsopgave kwam me toch wel erg bekend (des Dekkers) voor, dus vooralsnog heb ik het laten liggen.

Je kunt hier veel over zeggen, maar ik zal me beperken.

Wanneer je als kerk een zelfstandige welzijnspoot gaat opzetten, wil je graag de betrokkenheid vanuit de kerk behouden. Het moet natuurlijk wel herkenbaar onder hetzelfde label zijn, ‘ als kerk zijn wij ook bezig met…’ In eerste instantie zal dat waarschijnlijk wel lukken via de inzet van vrijwilligers/kerkleden. Maar wij willen als hardwerkende burgers ondertussen wel graag dat onze belastingcenten goed besteedt worden, dus vragen wij van de overheid dat ze met professionele organisaties werken. Zeker in jouw eigen buurt. Dit heeft tot gevolg dat je steeds meer met gekwalificeerd personeel moet gaan werken en daardoor steeds minder met de vrijwilligers. Jammer genoeg waren deze vrijwilligers wel de link met de kerk.

Kortom, we willen graag zelf iets doen voor de buurt ipv geld geven in de collecte, zetten vervolgens een goede welzijnspoot op,  willen erkenning door de overheid van het goede werk dat we doen, de overheid vraagt professionaliteit in ruil voor subsidie, de vrijwilligers stoppen en moeten het welzijnswerk weer proberen te steunen via de onbevredigde bijdrage in de collecte voor de diaconie en kunnen zich daardoor gelukkig wel weer met hart en ziel storten in de kerkelijke commissies over de aanschaf van nieuwe koffiekopjes en het al dan niet beamen van bijbelteksten.

Dekker zegt in zijn boek dat de Protestante Kerk zich na de splitsing weer kan focussen op haar kernactiviteit, ‘ waarin de ontmoeting met God en zijn Woord volledig tot haar recht kan komen’. Ik vraag mij werkelijk af of de ontmoeting met God en zijn Woord tot haar recht komt als wij ons welzijnswerk vervolgens beperken tot onze collectebijdrage.