Archives for category: kerk/wereld

Op Hervormingsdag 1967 schreven 24 predikanten een Open Brief aan de broeders en zusters in de Nederlands Hervormde Kerk. De kerk was na de oorlog teveel op de apostolaire toer en daardoor teveel bezig met verantwoordelijk-staan-in-de-wereld, aldus de schrijvers. Naderhand vaak aangeduid als een schrijfsel tegen de vermaatschappelijking van het heil. [NB, voor de vrijgemaakten onder ons, dit is NIET de bekende open brief die het ontstaan van de NGK mede heeft veroorzaakt.]

Ik ga voor een vak over de jaren zestig een paper schrijven over deze brief. Zo op het eerste gezicht heb ik helemaal niks met deze brief, maar naar mate ik er meer over nadacht zag ik wel een interessante parallel met het heden. Onlangs schreef ik namelijk over de verschuiving van de nadruk op zekerheid van het geloof naar de zekerheid van het concrete discipelschap. Een verschuiving die ik zelf ook ervaar. Het lijkt er namelijk op alsof we weer net als na de oorlog de relevantie van het geloof willen laten zien in de samenleving. Het geloof is (of zou moeten zijn) pas relevant als het impact heeft en zichtbaar is in onze omgeving. Of, met een citaat van Steve Timmis (totalchurch):

‘Wij gedragen ons altijd naar wat we geloven, anders is ons geloof alleen maar denken’

Zou het kunnen zijn dat mede door die open brief en de daaropvolgende getuigenis uit 71 de focus weer is verschoven naar de confessie, het denken? Of is dat veel te simpel gesteld? Ik wil terugduiken in die context van eind jaren zestig om te zien of we inderdaad parallellen kunnen trekken met het heden. Wat waren destijds de overwegingen en hoe werd het ontvangen?

Om alvast het debat een beetje te typeren:

De briefschrijvers werd verweten dat:

… ik het gevoel heb dat u niet in gesprek bent met de situatie en met de wereld waarin wij nú geroepen zijn het Evangelie te verkondigen. (Hervormd Nederland, 18 nov 67)

En de (aanhangers van de) briefschrijvers schreven oa:

Er is een apostolaat ontstaan, dat inderdaad zich over de wereld heen wil buigen, maar dat niet de wil en de kracht bezit, zich weer uit haar op te richten. (Kerkblaadje, 17 nov 67)

En een prangende vraag tot slot:

In Hervormd Nederland wordt geen enkele poging gedaan recht te doen aan wat de verontrusten beweegt en evenmin wordt ingegaan op de vraag die de schrijvers in de „Open Brief” stellen: „Zou het kunnen zijn dat wij ons geloof overschat en de wereld onderschat hebben? (De Waarheidsvriend, 30 nov 67)

Boeiende thematiek en best actueel.

Afgelopen donderdag was ik op een symposium over het nieuwste boek van Gerard Dekker, getiteld; Heeft de kerk zichzelf overleefd? Het leuke van (godsdienst)sociologen vind ik,  dat zij kerkelijke ontwikkelingen verbinden met maatschappelijke ontwikkelingen. Of eigenlijk andersom. Zoals ik eerder Joep de Hart eens citeerde;

De leegloop van de kerken hebben geen godsdienstige factoren ten grondslag, maar sociale en dus aan de maatschappij-gelijkzijnde factoren.

Dekker hekelde de vermaatschappelijking van de kerk, het pronken met het maatschappelijke rendement van de kerken ter waarde van 400 miljoen. Onlangs nog weer gebruikt door de nieuwe PerspectieF-voorzitter Robert Heij in zijn strijd tegen het seculier fundamentalisme. Volgens Dekker is dat op de lange termijn niet heilzaam, want het holt je theologie uit. Je kijkt dan al heel snel alleen nog maar naar de relevantie. Door die vermaatschappelijking krijg je ook steeds vaker en grotere botsingen met de scheiding tussen kerk en staat. Hij komt dan ook met het eerder besproken voorstel van scheiding geloofs- en welzijnsactiviteiten. Dekker betreurde dat in het debat rondom zijn boek de focus is komen te liggen op deze scheiding. Voluit kerk zijn betekent juist ook betrokken op de samenleving, volgens hem. De kerk is intern een leergemeenschap om je vervolgens via seculiere organisaties in het maatschappelijke veld te begeven. Als kerkelijk instituut doe je alleen en exclusief aan het evangelie gerelateerde ‘activiteiten’, de andere (welzijns) activiteiten moeten opgepakt worden door de (kerk)mensen.

PKN-preses Peter Verhoeff werd vervolgens een beetje bang dat we dan niet meer waren dan een verzameling gemeenschapjes rondom de core business en dat wilde hij beslist niet. Geloven en doen horen onlosmakelijk bij elkaar, net als organisme en instituut, aldus Verhoeff.

Ton Bernts van het KASKI vond dat er eerder sprake was van vervreemding dan van aanpassing (vermaatschappelijking). Men herkent zich niet in het aanbod (focus op zondagse viering), kerkleden zelf horen vaak antwoorden op de ‘verkeerde’ vragen en vaak zijn het juist geïsoleerde gemeenschappen. Nauwelijks contacten met maatschappelijke organisaties en 4/5 van de leden is actief voor/met de vieringen en 1/5 met maatschappelijke rol.

Gerrit de Kruiff, systematisch theoloog PThU (komt naar de VU! :-)), vond dat er niets uit de kerk hoefde te komen (in de zin van activiteit/relevantie. Er zit namelijk iets in en kerken vinden het vaak moeilijk genoeg om het daar bij te laten. Er staat slechts een brandende kaars. De kerk is geen betoog of mening, maar de aanwezigheid van het licht.

___

Het symposium werd door ongeveer vijftig mensen, overwegend grijs en mannelijk, bezocht. Allemaal wilden ze op een bepaalde manier het instituut kerk in stand houden. Het leek wel alsof zie zich wilden terugtrekken naar de core business als een soort overlevingsstrategie. Dat er geen jongeren in de zaal zaten, zou voor Harmen van Wijnen waarschijnlijk geen verrassing zijn geweest. En dat maakte de middag toch een beetje treurig. In de zaal zat namelijk ook weinig toekomst.

In de afgelopen weken ben ik erg vaak gestuit op het aloude thema; de rol van de kerk in de maatschappij. In welke mate hoort daar welzijnswerk bij en hoe verhoudt zich dat tot haar verkondigende rol? Kan dergelijk werk gefinancierd worden door de overheid of moet ze zich daar verre van houden? Drie momenten:

Enige tijd geleden was ik bij een verkiezingdebat van Amsterdamse lijsttrekkers, georganiseerd door de Protestantse Kerk Amsterdam. Een van de onderwerpen was scheiding van kerk en staat. Een beladen thema, zeker in Amsterdam met de perikelen rondomYouth for Christ in de Baarsjes. Zie eerdere post. 

Vorige week waren we bij ons thuis aan het praten over een mogelijk nieuwe gemeentestichting in Amsterdam Zuidoost. Oa via de vraag naar; wat heeft Zuidoost nodig? kwamen we op het thema van welzijnswerk. Lees daarvoor bijvoorbeeld het artikel ‘De vreemdelingenrotonde’ in het ND van afgelopen zaterdag.

En vanochtend stond er een stuk in de krant over het nieuwste boek van Gerard Dekker ‘Heeft de kerk zichzelf overleefd?’waarin hij ondermeer pleit voor navolging van het Leger des Heils. Het boek heb ik al wel in handen gehad, maar de inhoudsopgave kwam me toch wel erg bekend (des Dekkers) voor, dus vooralsnog heb ik het laten liggen.

Je kunt hier veel over zeggen, maar ik zal me beperken.

Wanneer je als kerk een zelfstandige welzijnspoot gaat opzetten, wil je graag de betrokkenheid vanuit de kerk behouden. Het moet natuurlijk wel herkenbaar onder hetzelfde label zijn, ‘ als kerk zijn wij ook bezig met…’ In eerste instantie zal dat waarschijnlijk wel lukken via de inzet van vrijwilligers/kerkleden. Maar wij willen als hardwerkende burgers ondertussen wel graag dat onze belastingcenten goed besteedt worden, dus vragen wij van de overheid dat ze met professionele organisaties werken. Zeker in jouw eigen buurt. Dit heeft tot gevolg dat je steeds meer met gekwalificeerd personeel moet gaan werken en daardoor steeds minder met de vrijwilligers. Jammer genoeg waren deze vrijwilligers wel de link met de kerk.

Kortom, we willen graag zelf iets doen voor de buurt ipv geld geven in de collecte, zetten vervolgens een goede welzijnspoot op,  willen erkenning door de overheid van het goede werk dat we doen, de overheid vraagt professionaliteit in ruil voor subsidie, de vrijwilligers stoppen en moeten het welzijnswerk weer proberen te steunen via de onbevredigde bijdrage in de collecte voor de diaconie en kunnen zich daardoor gelukkig wel weer met hart en ziel storten in de kerkelijke commissies over de aanschaf van nieuwe koffiekopjes en het al dan niet beamen van bijbelteksten.

Dekker zegt in zijn boek dat de Protestante Kerk zich na de splitsing weer kan focussen op haar kernactiviteit, ‘ waarin de ontmoeting met God en zijn Woord volledig tot haar recht kan komen’. Ik vraag mij werkelijk af of de ontmoeting met God en zijn Woord tot haar recht komt als wij ons welzijnswerk vervolgens beperken tot onze collectebijdrage.