Eric van den Berg heeft een mooi stukje werk afgeleverd met het schrijven van het eerste echte handboek over kerk en internet. Het is een erg mooie mix geworden van sociologische beschouwingen, afgewisseld met boeiende interviews en een praktisch en inspirerend slot.

Volgens Frank Bosman is het internet een middel voor extern kerkelijke opbouw. Je bereikt mensen buiten de groep kerkgangers. Dit is iets wat ik ook in mijn scriptie wil onderzoeken, wat betekent dit netwerkdenken voor gemeenschappen? Roderick Vonhögen zegt in zijn interview dat

de kwaliteit van de gemeenschap heeft te maken met de diepte en de kwaliteit van de communicatie, niet met de voorwaarde dat je elkaar fysiek ziet.

In mijn paper over Networked Set (pdf) heb ik het ook over deze thematiek, waarin ik Delanty noem die Vonhögen min of meer volgt, maar waarbij hij aangeeft dat deze gemeenschappen communicatie als het essentiële kenmerk van belonging hebben gemaakt. Communicatie staat daarmee boven alles. En dat past ook helemaal bij de tijdgeest, waar iedereen zijn eigen zender is. Maar is dat misschien toch een overwaardering?

Verderop komt Vonhögen met de term mediabouwpastoors. Initiatiefnemers met visie die concreet weten hoe je dat uitbouwt. Meer professionalisering. Heel interessant.

Jan van der Stoep zegt belangrijke dingen over de verhouding fysiek en virtueel. Hij ziet dat het fysieke steeds belangrijker wordt (hand opleggen, knielen). Tegelijk moet je virtueel en fysiek niet tegen elkaar uitspelen, omdat ze juist aanvullend zijn.

Naast deze meer sociologische/filosofische overwegingen, biedt het handboek ook zeer veel praktische informatie. Over schrijven op het web, kiezen van lettertypes, usability en nog veel meer. Handig als je daadwerkelijk aan de slag gaat.

Om de titel handboek echt tot zijn recht te laten komen, heb ik nog wel enkele tips voor de tweede druk, die er wat mij betreft snel achteraan mag komen, omdat dit boek een belangrijk startpunt kan zijn om serieuzer met dit thema aan de slag te gaan.

  • Het is een groot gemis dat er geen literatuurlijst is te vinden in het boek. Er worden wel her en der voetnoten gebruikt, maar die zijn behoorlijk willekeurig en niet dekkend. Dit staat een verdere verdieping van de thematiek in de weg.
  • Het boek is erg katholiek, niet alleen vanwege de vele katholieke geïnterviewden, maar ook in de hiërarchische benadering van kerken. Nee, ‘het internet’ wordt niet pas opgepikt als er landelijk beleid over is ontwikkeld. Er zijn vele kerkgenootschappen waarbij de lokale kerk ‘zelfstandig’ is en dus ook eigen beleid ontwikkelt. Die ‘wachten’ niet op eventuele landelijke beleidsstukken, omdat ze zelf ‘verantwoordelijk’ zijn.
  • De lijst met internetterminologie weglaten of streven naar een completere lijst. Nog beter is het om mensen te laten verwijzen naar ‘google’, want zelfredzaamheid is veel belangrijker. Dat geldt ook voor het stappenplan voor het aanmaken van een twitter of facebook account.

Maar dat neemt niet weg dat er nu ook al een prima boek ligt. Het lezen, maar vooral het gebruiken waard. Ik sluit af met de woorden van Vonhögen, goed om mee te nemen bij plannen rondom deze thematiek:

Je moet eerst visie hebben, je steeds afvragen wat God wil, waar de Geest je heen leidt en zeker niet bang worden.