Archives for category: netwerkkerk

Vorig jaar schreef ik over de verschillende websites rondom de kerstvieringen in Amsterdam. Ik vond het mooi dat die initiatieven er waren maar dat ze bij bundeling veel sterker zouden zijn. Ik formuleerde de volgende wens:

Dus het eerste goede voornemen van 2011 staat genoteerd; een samenwerking regelen tussen kersttest.nl en kerstamsterdam.nl met als piek in de boom de vieringen weergegeven in googlemaps. :-)

Zoals jullie wellicht gemerkt hebben, is die wens inmiddels in vervulling gegaan. En nog leuker, ik mag daar een belangrijk steentje aan bij dragen.

Er is nu dus 1 website voor alle vieringen in Amsterdam (voor zover kerken hun vieringen aanmelden uiteraard), op dit moment staat de teller op 150 vieringen en deze website wordt breed gepromoot. Van spotjes op At5, A0posters in de stad/metro, boomerangkaarten in de bekende rekken in cafe’s en bioscopen, tot advertenties in kranten en op facebook. En nee, hiermee heb ik nog niet alles genoemd :-)

Mocht je nog niet op kerstamsterdam.nl zijn geweest, doe het dan nu, en laat je feedback hier achter.

Zal ik wederom een wens op schrijven voor volgend jaar? Iets met landelijk misschien….?

Zoals wellicht bekend, is “Assen zoekt…” een gemeentestichting die het model van Mission Shaped Communities wil gebruiken bij het ‘inrichten’ van de gemeenschap. Stibbe is onlangs in Nederland geweest om over ‘MSC’s’ eea te vertellen. Zojuist las ik de scriptie van Kristan de Vries die gisteren is afgestudeerd op het onderwerp:” Hoe internet kan bijdragen aan de missie en community van gemeenteconcept Assen zoekt…” Een onderwerp dat mij uitermate boeit dus ik ben blij dat ik daar zo snel al een blik op kon werpen. Met dank aan Rudolf Setz voor het leggen van de verbinding.

Kristan heeft het onderwerp ongelofelijk breed opgepakt, waarvoor respect, maar dat maakte het ook lastig om een heldere structuur neer te leggen en hoofd- en bijzaken te onderscheiden. Bijvoorbeeld de zin: “Controleer of de “Backspace”-toets functioneert en één stap terug doet gaan op de pagina.” An sich wel belangrijk, maar dat zijn toch details die in het niet vallen bij de veel belangrijkere opmerkingen over het opzetten van een MSC speciaal voor internet.

Er zit veel waardevol materiaal in de scriptie, over tone of voice, belang van beeld en niet te vergeten de mogelijke kloof tussen (in mijn woorden) de digitaal geletterden en ongeletterden. Wat biedt Assen zoekt… aan mensen die niet zo online zijn? En over de vraag hoe je een inclusieve site kunt maken; wat staat er dan centraal? En richt je bijvoorbeeld qua navigatie op de bezoeker en niet op de ‘leden’. Maar toch blijft het mi te veel gefocust op de ‘fysieke’ website van “Assen zoekt…” zelf ipv op de netwerkmogelijkheden buiten je eigen site om.

Maar voor echte interactie met het reguliere internet, is het nodig dat leden van de MSC’s ook uit hun portals komen, en de missie van hun MSC vertegenwoordigen op het open gedeelte van de website zelf, in contact met eventuele belangstellenden.

Achter de login weg, maar nog steeds op je ‘eigen site’… Terwijl het juist handig is om je bestaande (online) netwerken te gebruiken voor het in contact komen/staan met belangstellenden.

Een boeiende gedachte vind ik het oprichten van een Mission Shaped Community speciaal voor het internet. Dat idee lijkt een beetje op de teams van Agape rondom oa IkzoekGod, maar dan door “Assen zoekt…”, een lokale gemeenschap:

De website van “Assen zoekt…” zal naar het voorbeeld van “IkzoekGod” ook een plaats moeten bieden waar interpersoonlijk ruimte wordt geboden voor levensvragen van bezoekers. (…) Om uiteindelijk echte ontmoeting en echt contact en de daarvan uitgaande missionaire werking te faciliteren op het internet, blijkt er een breed draagvlak en nadrukkelijke focus nodig te zijn. Dit lijkt alleen realiseerbaar binnen een complete internetbediening.

Ik vind het mooi om te zien hoe wordt gezocht naar een juiste waardering van online contacten/zoekers. En in dit plan wordt deze groep echt serieus genomen. Toch vraag ik mij af of je voor een lokale gemeenschap een aparte internetbediening moet starten. Zelf denk ik dat het beter is om je als groep te verbinden met IkzoekGod bijvoorbeeld, omdat ze én makkelijker gevonden worden in zoekmachines én er een professioneler team achterstaat die op het juiste moment mensen kan koppelen/doorverwijzen naar lokale gemeenschappen. Maar ik sta er een beetje dubbel in, omdat ik het wel erg waardeer dat er zo serieus gekeken wordt naar dergelijke mogelijkheden van het internet door een lokale en startende gemeenschap.

Kortom, interessante scriptie. Zet je aan het nadenken over het belang van internet in missionaire context. Hoe serieus nemen we dat als lokale kerken?

De scriptie is hier te downloaden.

Eric van den Berg heeft een mooi stukje werk afgeleverd met het schrijven van het eerste echte handboek over kerk en internet. Het is een erg mooie mix geworden van sociologische beschouwingen, afgewisseld met boeiende interviews en een praktisch en inspirerend slot.

Volgens Frank Bosman is het internet een middel voor extern kerkelijke opbouw. Je bereikt mensen buiten de groep kerkgangers. Dit is iets wat ik ook in mijn scriptie wil onderzoeken, wat betekent dit netwerkdenken voor gemeenschappen? Roderick Vonhögen zegt in zijn interview dat

de kwaliteit van de gemeenschap heeft te maken met de diepte en de kwaliteit van de communicatie, niet met de voorwaarde dat je elkaar fysiek ziet.

In mijn paper over Networked Set (pdf) heb ik het ook over deze thematiek, waarin ik Delanty noem die Vonhögen min of meer volgt, maar waarbij hij aangeeft dat deze gemeenschappen communicatie als het essentiële kenmerk van belonging hebben gemaakt. Communicatie staat daarmee boven alles. En dat past ook helemaal bij de tijdgeest, waar iedereen zijn eigen zender is. Maar is dat misschien toch een overwaardering?

Verderop komt Vonhögen met de term mediabouwpastoors. Initiatiefnemers met visie die concreet weten hoe je dat uitbouwt. Meer professionalisering. Heel interessant.

Jan van der Stoep zegt belangrijke dingen over de verhouding fysiek en virtueel. Hij ziet dat het fysieke steeds belangrijker wordt (hand opleggen, knielen). Tegelijk moet je virtueel en fysiek niet tegen elkaar uitspelen, omdat ze juist aanvullend zijn.

Naast deze meer sociologische/filosofische overwegingen, biedt het handboek ook zeer veel praktische informatie. Over schrijven op het web, kiezen van lettertypes, usability en nog veel meer. Handig als je daadwerkelijk aan de slag gaat.

Om de titel handboek echt tot zijn recht te laten komen, heb ik nog wel enkele tips voor de tweede druk, die er wat mij betreft snel achteraan mag komen, omdat dit boek een belangrijk startpunt kan zijn om serieuzer met dit thema aan de slag te gaan.

  • Het is een groot gemis dat er geen literatuurlijst is te vinden in het boek. Er worden wel her en der voetnoten gebruikt, maar die zijn behoorlijk willekeurig en niet dekkend. Dit staat een verdere verdieping van de thematiek in de weg.
  • Het boek is erg katholiek, niet alleen vanwege de vele katholieke geïnterviewden, maar ook in de hiërarchische benadering van kerken. Nee, ‘het internet’ wordt niet pas opgepikt als er landelijk beleid over is ontwikkeld. Er zijn vele kerkgenootschappen waarbij de lokale kerk ‘zelfstandig’ is en dus ook eigen beleid ontwikkelt. Die ‘wachten’ niet op eventuele landelijke beleidsstukken, omdat ze zelf ‘verantwoordelijk’ zijn.
  • De lijst met internetterminologie weglaten of streven naar een completere lijst. Nog beter is het om mensen te laten verwijzen naar ‘google’, want zelfredzaamheid is veel belangrijker. Dat geldt ook voor het stappenplan voor het aanmaken van een twitter of facebook account.

Maar dat neemt niet weg dat er nu ook al een prima boek ligt. Het lezen, maar vooral het gebruiken waard. Ik sluit af met de woorden van Vonhögen, goed om mee te nemen bij plannen rondom deze thematiek:

Je moet eerst visie hebben, je steeds afvragen wat God wil, waar de Geest je heen leidt en zeker niet bang worden.