Ook ik was in de pen geklommen om mijn ‘ongenoegen’ te uiten over het proefschrift van Modderman (RD, ND) , helaas was ik niet de enige (bijv) en is daarom mijn reactie niet geplaatst. Enkele quotes uit het interview met Modderman:
In de conventikels ging het om de bevordering van de persoonlijke vroomheid en de beleving van het geloof, terwijl in de huidige kleine groepen vaak elke religieuze notie ontbreekt.
In de kleine groep is het doel gemeenschap, vaak zonder dat er verbinding is met een norm van buitenaf. We zijn geroepen te luisteren naar Gods stem. Maar die wordt in de kleine groep niet altijd gehoord, omdat de nadruk ligt op het delen van ervaringen van alle dag. Omdat dan het accent komt te liggen op het delen van niet met het geloof verbonden ervaringen, kan de kleine groep bijdragen aan interne secularisatie.
Mijn ingezonden:
Om te beginnen was ik verheugd om te lezen in het artikel ‘De illusie van de kleine groep’ (ND 10/09) dat we als kerken van een leergemeenschap naar een ontmoetingsgemeenschap gaan. Dit lijkt me een zeer gezonde ontwikkeling, echte gemeenschap kan nou eenmaal niet zonder ontmoeting van elkaar en van God. En al doende leert men. Toch kreeg ik nogal de kriebels van het stuk en hopelijk ligt dat aan de verslaglegging en niet aan het onderzoek van de heer Modderman. De conclusies lijken namelijk aan elkaar te hangen van generaliserende opmerkingen op basis van de eigen ervaring.
Een aantal losse opmerkingen:
- Allereerst de definitie van een kleine groep, vrijwel elk (hand)boek spreekt van een maximumgrootte van 8 leden. De genoemde 15 is veel te groot, waardoor inderdaad een open en veilige sfeer moeilijk kan zijnVerder lijkt de manier waarop alle naamgevingen van de kleine groep (cel, miniwijk, huiskerk, gemeentegroeigroep, pastorale groep) op één hoop worden gegooid geen recht te doen aan de verschillende visies die er zijn op het werken met kleine groepen.
- Er wordt een ogenschijnlijk verband gelegd tussen de (slechte?) veranderingen in de kerk en het hebben van kleine groepen. Je krijgt op je kring wat je wilt, dus in de kerk zou je dat ook willen. Mensen gaan daar vergelijkbare eisen stellen, daar moet ruimte zijn voor persoonlijke verlangens. Los van het feit of dat een verkeerde ontwikkeling is, ben ik erg benieuwd naar de data die dit verband moeten aantonen.
- Terecht worden kritische kanttekeningen geplaatst bij de manier van invoering van de kleine groepen. Daarom verbaast het mij des te meer dat juist een dergelijke gemeente met kleine groepen als uitgangspunt wordt genomen om in z’n algemeenheid iets over dit fenomeen te zeggen. Er zijn namelijk genoeg voorbeelden bekend van kerken met inhoudelijk (‘leer en leven’) goed lopende kleine groepen. Een niet goed functioneren van kleine groepen heeft eerder te maken met een ‘halve’ invoering van het verhaal. Zo kiezen veel kerken voor alleen een organisatorische indeling van groepen, zonder daarbij de broodnodige en voortdurende geestelijke toerusting van kringleiders in te voeren.
- Zinnen als – Deelname aan een kleine groep leert gemeenteleden dat geloven betekent: er wordt op mijn behoeften ingespeeld – getuigen van een karikaturaal beeld van de kleine groep. Je zult inderdaad ontdekken dat geloven óók kan betekenen dat je bepaalde dingen kunt doen op de manier die bij je past, maar dat je wordt geleerd dat geloven een soort behoeftebevrediging is gaat wel erg ver.
Vooralsnog ga ik er maar vanuit dat het artikel mij op het verkeerde been heeft gezet, maar de schade is daarmee al wel aangericht. Zie je wel… ik wist het wel… al die nieuwe dingen staan gewoon de leer in de weg. Dat heeft onderzoek immers aangetoond?!
Ik zie het volledige onderzoek met belangstelling tegemoet en ben ook erg nieuwsgierig naar praktijkverhalen van kleine groepen die wel een waardevolle bijdrage leveren aan het gemeenteleven. Want die zijn er ook.
____________
Kerk (in) delen van leergemeenschap tot ontmoetingsgemeenschap – Jaap Modderman Kampen 2008